Loading...
 

Knelpunten in het huidige onderwijs

 

Abc

Het lijkt vanzelfsprekend dat ook uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen in onderwijs voldoende toegang moeten krijgen tot de opleiding die hen helpt leren en presteren op het niveau dat zo dicht mogelijk bij hun capaciteiten en talenten ligt. Echter op dit moment zijn er binnen het huidige onderwijs zaken waar ouders van UHB kinderen tegenaan lopen, die er voor zorgen dat deze kinderen zich niet ten volle kunnen ontwikkelen.

We zetten een aantal van deze knelpunten voor u op een rijtje. Niet met de bedoeling een pessimistisch beeld op te hangen van alle 'problemen' in het onderwijs of om de schuld te leggen bij scholen en onderwijsdiensten.

Wel vinden we het belangrijk om duidelijk te maken dat het huidige onderwijs anno 2021 nog altijd tekort komt wanneer het over uitzonderlijk hoogbegaafde leerlingen gaat. Deze leerlingen hebben zeer specifieke noden, waar scholen vanuit hun aanbod én vanuit de regelgeving niet altijd aan kunnen voldoen. We bieden daarom in dit hoofdstuk een overzicht van deze (mogelijke) pijnpunten voor UHB leerlingen. Omdat vele van deze pijnpunten te voorkomen zijn, mits wat flexibiliteit van scholen en onderwijsmensen, bieden we ook oplossingen in andere hoofdstukken.


Aan onderwijs- en beleidsmensen vragen we om met open geest naar deze knelpunten te kijken, als middel naar een beter onderwijsbeleid voor UHB kinderen. Aan ouders willen we graag de optimistische boodschap meegeven dat onderstaande punten niet op het pad komen van élk UHB kind en dat onze website vol mogelijkheden en kansen staat om deze kinderen op een positieve en evenwichtige manier te begeleiden in hun onderwijsloopbaan. Onder onderstaande info voor kleuter-, lager en secundair onderwijs, werken we deze mogelijkheden verder specifiek per doelgroep uit.

 

Overzicht van knelpunten:

 

Tekort aan kennis en onderzoek

 

Algemeen gezien is er binnen Vlaanderen nog altijd een zeer beperkte kennis over uitzonderlijke hoogbegaafdheid. Stilaan sijpelt er (gelukkig) wel meer kennis binnen in het onderwijs over hoogbegaafdheid. Het aantal uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen is echter een heel pak kleiner (0,1%) ten opzichte van het aantal hoogbegaafde kinderen (2 à 3%), waardoor de meeste maatregelen naar hoogbegaafde kinderen gaan. De kleine groep UHB kinderen en jongeren worden meestal (onterecht) onder de algemene groep geschaard.

Ook op vlak van onderzoek gaat in Vlaanderen de aandacht enkel naar hoogbegaafdheid. Vlaams onderzoek naar UHB kinderen of jongeren is tot nu toe onbestaande.

Het tekort aan kennis over UHB situeert zich op alle niveaus :

  • onderwijs (scholen, directies, leerkrachten, CLB’s, PBD's, …)
  • hulpverlening (psychologen, coaches,...)
  • onderwijsbeleidsinstanties, politiek

Hierdoor worden de noden van deze kinderen over het hoofd gezien. UHB kinderen worden gedwongen ingepast in standaard onderwijs of krijgen in het beste geval toegang tot maatregelen die wel passend zijn voor hoogbegaafde leerlingen, maar vaak compleet tekortschieten voor UHB kinderen.

Sommige UHB kinderen ontwikkelen hierdoor faalangst, weigeren verdere inzet en kunnen zelfs uit het schoolsysteem vallen. Ook psychische problemen bij UHB kinderen kunnen het gevolg zijn van een tekort aan kennis bij mensen in het onderwijs.

 

 

Leeftijdsbeperkingen

 

Er gelden heel wat leeftijdsbeperkingen in het onderwijs.

  • Kleuters jonger dan 5 jaar (m.n. op 1 september van het kalenderjaar waarin het kind 5 wordt) kunnen wettelijk gezien niet naar een 1ste leerjaar, ook al kan die kleuter ondertussen lezen en/of schrijven en is hij cognitief klaar voor een lagere school.
  • Kinderen die klaar zijn met de leerstof van een lagere school op een leeftijd jonger dan 9 (m.n. op 1 september van het kalenderjaar waarin het kind 9 wordt), kunnen noch een getuigschrift basisonderwijs behalen, noch wettelijk ingeschreven worden in een middelbare school.
  • Er is een minimumleeftijd van 18 voor zo goed als alle hogescholen, universiteiten en afstandsonderwijs en één van 16 voor volwassenenonderwijs (met uitzondering van de speciale voorwaarden op universiteiten en hogescholen voor jongeren zonder middelbaar diploma via toelatingsproeven of statuten voor 'virtuozen').  Kinderen die al versneld in een middelbaar terecht komen en daar al voor bepaalde vakken uitdaging nodig hebben op universitair niveau, kunnen hierdoor niet terecht in wat eigenlijk op dat moment de voor hen meest passende omgeving is.

 

 

 

Asynchrone ontwikkeling wordt niet gezien of erkend

 

Het schoolsysteem is geënt op de standaard ontwikkeling van kinderen. Kinderen worden in klassen ingedeeld op basis van leeftijd en niet op basis van hun cognitieve noden of ontwikkeling. Het loslaten van deze klassieke visie op ontwikkeling blijkt erg moeilijk voor scholen en leerkrachten. Dat hoogbegaafde kinderen zich anders ontwikkelen, wordt stilaan geaccepteerd en dat een kind een jaar overslaat op school wordt niet langer als “abnormaal” beschouwd. Dat UHB kinderen zich nog eens extreem sneller en anders ontwikkelen en in sommige gevallen een versnelling van 2 of zelfs méér jaren nodig hebben, blijkt echter voor scholen en beleidsmensen nog vaak een brug te ver.

Ook bij zeer jonge UHB kinderen blijft dit een moeilijk gegeven. UHB kleuters kunnen zich - al dan niet bewust - uitermate vervelen op school. Dit wordt vandaag de dag door leerkrachten zonder kennis van (U)HB nog altijd niet gezien, laat staan begrepen. Het feit dat deze kleuters zich al op hoger niveau willen ontwikkelen en leerstof aankunnen uit een lagere school, wordt ook op maatschappelijk vlak niet erkend. Ouders van deze kinderen worden met de vinger gewezen als “pushende ouders” die veel te veel verwachten van hun kinderen. Een kind in het onthaalklasje dat al kan lezen of schrijven, wordt i.p.v. bevestigd in zijn kunnen, meestal afgewimpeld met opmerkingen als “dat hoef jij nog niet te kunnen” of “lezen doen we pas in het 1ste leerjaar”. Er wordt door onderwijzend personeel gefronst als een kleuter laat horen de tafels van vermenigvuldiging al te kennen, of wekelijks naar de schaakles te gaan of de boeken van Harry Potter al te lezen.
Ouders die de buitengewone ontwikkeling van hun kleuter aankaarten, worden vaak niet geloofd. Het blijkt nog altijd moeilijk acceptabel dat een kleuter cognitieve noden heeft en niet voldoende heeft aan de uitdaging die standaard in kleuterklassen wordt gegeven.

Bovendien zorgt de asynchrone ontwikkeling van deze kinderen vaak voor verwarring bij onderwijzers of andere begeleiders van deze kinderen. Men verwacht dat een kind zich op alle vlakken gelijk ontwikkelt, terwijl een UHB kind vaak zo heel onregelmatig ontwikkelt, dat het op bepaalde vlakken juist een achterstand heeft of lijkt te hebben. Op school hamert men op een gelijklopende groei en ontwikkeling, wat juist bij uitzonderlijk hoogbegaafde kleuters en kinderen quasi onmogelijk is.

 

Books1A

 

Te lage zone van naaste ontwikkeling

 

De term “zone van naaste ontwikkeling” werd ingevoerd door de Russische psycholoog Vygotsky en heeft betrekking op de potentiële leermogelijkheden van een individu. Wat een kind alleen kan, is het actuele ontwikkelingsniveau en wat het kan met hulp van een ander (leerkracht, begeleider, ouder, …) is zijn potentiële ontwikkelingsniveau of zone van naaste ontwikkeling.

Om effectief te “leren”, is het essentieel dat een kind opdrachten krijgt die zich in die zone van naaste ontwikkeling bevinden. Wanneer UHB kinderen leerstof en opdrachten krijgen die voor hen te gemakkelijk zijn (die m.a.w. niet in hun zone van naaste ontwikkeling liggen, maar in hun zone van actuele ontwikkeling), ondermijnt dit hun kans op ontwikkeling. Het tast hun persoonlijke tempo aan en belet hen tegelijk te leren en werken vanuit autonomie, terwijl dit juist uitermate belangrijke facetten zijn voor uitzonderlijk hoogbegaafden.

Het is pas bij uitdaging op hún niveau dat UHB kinderen inzicht krijgen in hun eigen kunnen. De zone van de naaste ontwikkeling moet dus hoog genoeg gelegd worden.

Onderwijzend personeel heeft geen idee waar deze zone van naaste ontwikkeling voor een UHB kind precies ligt. De lat wordt vaak wel iets hoger gelegd dan voor medeleerlingen, maar in realiteit is dit vaak nóg veel te laag. Er is ervaring en expertise nodig om de juiste uitdaging voor een UHB kind te bepalen. Bovendien ligt deze zone bij UHB kinderen voor verschillende vakken vaak op een hele andere plek, dit door hun asynchrone ontwikkeling. Het kan dus best zijn dat de verschillende zones van naaste ontwikkeling op heel verschillende niveaus liggen, wat het uiterst complex kan maken voor de bepaling er van.

 

 

Tekort aan instructie en opvolging

 

Wanneer er op scholen toch al uitdagend lesmateriaal wordt aangeboden dat zich binnen de zone van naaste ontwikkeling bevindt, wordt er vaak van deze kinderen verwacht dat ze zich dit zelfstandig eigen maken. Leerkrachten hebben meestal niet de tijd om hen extra instructie te geven en speciaal voor UHB kinderen zijn er geen zorguren voorzien. En hoewel sommige UHB kinderen in staat zijn om uitzonderlijk snel leerstof te verwerken, hebben ook zij - net als elk kind - nood aan instructie, opvolging en/of coaching. Misschien zelfs wel een tikkeltje méér dan andere kinderen, wanneer zij hele andere gebieden of niveaus verkennen dan hun klasgenoten.

Gevolg van een tekort aan instructie en begeleiding is dat deze kinderen niet écht tot leren komen, zich soms erg eenzaam voelen achter hun bundeltje individueel werk of het zelfs gewoon opgeven…

 

 

Foute verwachtingen op vlak van schoolprestaties

 

Academisch potentieel van UHB kinderen wordt vaak door leerkrachten of schooldirecties verward met “schoolprestaties”.
UHB kinderen hebben een enorme capaciteit om te leren. De gemiddelde leerkracht herkent deze capaciteit meestal niet wanneer het kind géén hoge punten behaalt op toetsen en examens.

De meerderheid van deze kinderen werkt en leert op school echter ettelijke jaren beneden de eigenlijke vaardigheden, op een veel te traag tempo of met veel te veel herhaling. Sommigen onder hen komen niet tot leren omdat ze moeite hebben met de gefragmenteerde opbouw van standaard leerstof. Vaak komen daarbij nog emotionele of psychische problemen, faalangst, verveling of desinteresse door jarenlang onderpresteren.

Hun schoolprestaties reflecteren in vele gevallen dan ook niet hun eigenlijke intelligentie en capaciteiten. Omdat scholen echter getraind zijn om kinderen vooral op schoolprestaties te beoordelen, vallen vele deze UHB kinderen hierdoor tussen de mazen van het net.

 

Books1B

 

Differentiatie op verkeerd niveau

 

Differentiatie is binnen het Vlaamse onderwijs maar beperkt mogelijk. Het uitbreidingsmateriaal dat momenteel op de markt is, richt zich tot hoogbegaafde kinderen (ontwikkeld voor kinderen die gemiddeld 130 scoren) en sluit in realiteit maar zeer beperkt aan bij de noden, interesses en ontwikkeling van UHB-leerlingen. Het merendeel van dit uitbreidingsmateriaal valt onder de categorie ”meer van hetzelfde”. Leerkrachten gaan er vaak van uit dat 'méér' in de eerste plaats over de hoeveelheid gaat en niet over de inhoud of het niveau.

Wanneer de aangeboden leerstof al verworven is, resulteert ook uitbreiding van deze zelfde leerplandoelen voor een UHB leerling alleen maar in nog meer verveling.

Relevante academische verrijking - dit is aangepaste leerstof, opdrachten en uitbreiding die nauw aansluiten bij het specifieke talent of interessegebied van de leerling in kwestie, maar niet altijd bij de leerstof in de klas - wordt in Vlaanderen weinig of niet aangeboden. Dit als gevolg van de schijnbare tegenstelling tussen verrijking (uitbreidingsmateriaal) en versnelling (sneller door de leerstof gaan). Vanuit politiek en maatschappelijk oogpunt wordt in Vlaanderen in de eerste plaats ingezet op verrijking, ongeacht hoe relevant die is. In realiteit is voor vele vakken - zeker voor UHB kinderen - verrijking zonder inhoudelijk versnelling quasi onmogelijk.

 

 

Versnelling met mondjesmaat

 

Versnelling in onderwijs wordt in Vlaanderen maar met mondjesmaat toegestaan. Soms wordt een UHB kind versneld naar een hoger leerjaar, in uitzonderlijke gevallen kan er ook nog een tweede versnelling plaatsvinden. Maar scholen vinden het dan al wel “meer dan voldoende”, waardoor nog sneller door leerstof of schooljaren gaan, meestal geen optie meer is.

Nochtans hebben UHB kinderen vaak een nog grotere versnelling nodig. Ook hier botst men echter op leeftijdsgrenzen van de verschillende onderwijsstructuren (kleuter, lager, middelbaar) en wettelijke beperkingen.

Versnellen blijkt vaak ook nog taboe. Sommige scholen hebben zelfs als policy om niet te versnellen, omdat ze er van overtuigd zijn dat dit voorkomen kan worden door een ruim aanbod van uitbreiding. Dit terwijl betreffend uitbreidingsmateriaal in de meeste gevallen al niet tegemoet komt aan de cognitieve noden van UHB kinderen.

Zo goed als alle versnellingen gebeuren in praktijk in de lagere school. Middelbare scholen staan er zeer weigerachtig tegenover of kampen met wettelijke beperkingen.

 

 

Geen mogelijkheid tot vakversnelling

 

In het Vlaamse onderwijs “versnelt” een kind bijna altijd volledig één of meerdere jaren (en dus voor alle vakken). Specifieke vakversnelling voor getalenteerde wiskunde- of talenknobbels bijvoorbeeld, wordt bijna niet toegepast. Zeker wanneer er schoolstructuren overschreden moeten worden (kind in een 5de leerjaar dat talen zou moeten leren op middelbaar niveau of een kind in de eerste graad middelbaar dat wiskunde op universitair niveau aankan), worden de mogelijkheden zeer miniem. Vaak beroepen de scholen zich op wettelijke beperkingen, maar oplossingen worden niet gegeven.

Voor sommige kinderen is vakversnelling nét een noodzakelijke maatregel. Sommige UHB-kinderen hebben er nood aan om binnen hun persoonlijk interessegebied op hun eigen tempo te leren. Bij sommigen gaat dit over één vak, bij anderen dan weer over meerdere.

 

Books1C

 

Enkelvoudige oplossingen

 

Meestal resulteren keuzes in de aanpassing van het curriculum van een hoogbegaafde leerling in een “of of” situatie. Of het kind wordt versneld, of er wordt gedifferentieerd. Wanneer een kind één of meerdere jaren overslaat, is extra vakversnelling meestal volledig uit den boze.

Cognitief begaafde kinderen hebben vaak echter nood aan een combinatie van deze maatregelen.

  • (Radicale) versnelling haalt de nood aan vergaande differentiatie (compacting, verrijking) en/of vakversnelling niet weg.
  • Deze combinatie lukt echter alleen wanneer er een goed uitgedacht individueel traject voor het kind wordt uitgewerkt. In de praktijk wordt hierdoor zo veel van de leerkracht, zorgkracht of school verwacht, dat dit niet haalbaar is zonder doorgedreven extra ondersteuning.

 

 

Sociaal-emotionele groei als excuus

 

Sommige scholen beroepen zich op de sociaal-emotionele groei om niet tegemoet te komen aan de cognitieve noden van een kind. Nochtans hangen bij een UHB kind deze aspecten ontegensprekelijk aan elkaar vast. Een UHB kind dat

  • op cognitief vlak niet voldoende wordt uitgedaagd, ervaart hierdoor net emotionele problemen en heeft minder of andere sociale noden;
  • cognitief voldoende uitgedaagd en gelukkig is, zal ook op de andere vlakken makkelijker evolueren.

Hameren op eerst een “sociaal-emotionele groei” vooraleer te voldoen aan de cognitieve noden, is bij een UHB kind dus uit den boze.

In de standaard ontwikkeling van kinderen is dit niet zo en het is dus begrijpelijk dat scholen hier zo zwaar aan tillen en graag de bevestiging zien dat een kind op alle vlakken goed ontwikkelt, vooraleer een stapje verder te gaan. De ontwikkeling van UHB kinderen is echter niet standaard. Ook hier moet aandacht gegeven worden aan de asynchrone ontwikkeling van deze kinderen en moet het belang van cognitieve uitdaging erkend worden.

Bovendien hebben vele UHB kinderen ook op sociaal niveau vaak andere behoeften dan hun leeftijdsgenootjes en ligt hun zogenaamde “tekort aan sociale vaardigheden“ vaak net in het geen aansluiting vinden bij kinderen van hun eigen leeftijd. Ze passen vaak veel beter tussen oudere kinderen.

  • Buitenlandse studies bevestigen deze visie. In “A Nation Deceived: How Schools Hold Back America's Brightest Students”, een rapport uit 2004 van de hand van Nicholas Colangelo, Susan G. Assouline en Miraca U.M. Gross, werden de resultaten gepubliceerd van een langdurig onderzoek over de gevolgen van versnelling. Versnelling werd in het rapport aangeduid als de meest effectieve curriculum aanpassing voor hoogbegaafde kinderen. Het bleek vooral positieve effecten op lange termijn te hebben, zowel op academisch als op sociaal vlak. Uit de studie bleek ook dat begaafde leerlingen meestal beter afgestemd zijn op peers op cognitief vlak” (oudere peers dus) dan op leeftijdsgenoten.
     
  • Ook uit de “Meta-analyses” (Lijst van effecten op prestaties) uit 2009 van John Hattie blijkt het positieve effect van versnelling.

Ook de cognitieve noden van UHB kleuters worden heel vaak niet gezien of ondergeschikt gemaakt aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Een veelgehoorde opmerking is dat “kleuters moeten spelen” of “gewoon kind moeten zijn”. Voor UHB kleuters telt dit echter niet als norm. Ook op hun niveau hebben deze kleuters intellectuele uitdaging nodig. Wanneer zij niet volop kunnen ontplooien binnen hun cognitieve talenten, zijn zij niet gelukkig en ontwikkelen zij makkelijker probleemgedrag. Het is dus essentieel dat al in de kleuterklas UHB kinderen worden opgemerkt, versneld worden én een aangepast curriculum krijgen. Zo niet, wordt daar al de bodem van onderpresteren, faalangst en psychische of emotionele problemen van deze kinderen gelegd.

 

 

Huisonderwijs

 

Huisonderwijs is in Vlaanderen dan wel een wettelijke manier om aan de leerplicht te voldoen, op dit moment is het echter het boze stiefzusje van het schoolsysteem.

Sinds enige jaren zijn de regels voor huisonderwijs strenger geworden en de kritiek op huisonderwijs neemt toe, zowel binnen de maatschappij als binnen politieke partijen, door de link die tussen godsdienstfanatisme en huisonderwijs wordt gelegd. Het is dan ook niet vanzelfsprekend om als ouder de beslissing voor huisonderwijs te maken. Door de nieuwe wetgeving ben je als huisonderwijzer bovendien volledig afhankelijk van de goodwill van inspectie, is deeltijds huisonderwijs niet meer mogelijk en hangt “terug naar school gestuurd worden“ voor sommige kinderen als een zwaard van Damocles boven hun hoofd.

Nochtans is huisonderwijs - al dan niet gedeeltelijk - een zeer goede manier om aan de extreme noden van UHB kinderen te voldoen. Het is een manier om bijvoorbeeld extra uitdaging in te bouwen in hun cognitief monotone schoolleven of om voltijds op een voor hen compleet aangepaste wijze en tegen het voor hen perfecte tempo te kunnen leren, en dat binnen de vakken waarin ze excelleren. Het zou ouders de vrijheid kunnen geven om in te zetten op precies dàt wat hun UHB kind nodig heeft.

 

Books1D

 

De Examencommissie

 

Het is op dit moment perfect mogelijk om al dan niet via huisonderwijs middelbare (graads)examens te doen bij de Examencommissie (EC) in Brussel. Hierop staat geen minimumleeftijd.

In principe zouden deze examens ook geschikt zijn voor jonge UHB kinderen. Het spreekt echter voor zich dat een 7-jarige bij de EC nog altijd uit de toon valt. Bovendien is het de vraag of dit, zelfs voor cognitief zeer sterke jonge kinderen, wel de ideale manier is om hun kennis te bewijzen. De wijze waarop examens bij de EC afgenomen worden, is gebaseerd op de kunde en draagkracht van tieners en is niet afgestemd op jonge kinderen. Geen enkel ander jong kind wordt trouwens “ondervraagd” door compleet onbekende mensen in een onbekende omgeving. Het lijkt maar weinig rechtvaardig om jonge UHB kinderen op deze manier te testen.

Vaak wordt de EC ook naar voren geschoven als ultieme “persoonlijke traject” om te voldoen aan de snelheid van een UHB leerling. De EC is echter énkel en alleen wat haar naam zegt: een plaats om examens te doen. Studeren voor een examencommissie vereist een zekere discipline en doorzettingsvermogen van de student, ondersteuning door ouders of omgeving en indien één van bovenstaande zaken maar beperkt of niet aanwezig is, is de kans op slagen eerder gering. Student of ouders moeten zélf op zoek naar het geschikte materiaal, naar studiemethodes, naar begeleiding of coaching. De examencommissie zelf doet niet aan begeleiding. Het als dé oplossing benoemen voor UHB kinderen, is dus eerder de makkelijkste dan wel de beste optie en kan geenszins gebruikt worden als excuus voor het tekort aan passend onderwijs voor cognitief begaafde kinderen.

Bovendien is het systeem van de Examencommissie een volledig apart staand systeem naast het schoolsysteem, dat geen rekening houdt met bijvoorbeeld trimestriële schoolse examenperiodes. Examens bij de EC combineren met een voltijdse schoolloopbaan, is dan ook eerder een dubbele belasting voor UHB kinderen.

Nochtans zou de EC voor UHB kinderen wel kansen kunnen bieden om hun sterktes op bepaalde cognitieve vakken uit te spelen. Afgelegde examens bij de EC zouden bv. algemeen erkend kunnen worden op scholen, waardoor UHB kinderen en jongeren ongelimiteerd kunnen versnellen op meerdere vakken en hiervoor vrijstelling kunnen bekomen op school. Hierdoor zou tijd en ruimte vrijkomen voor vakken buiten het standaard curriculum, die aansluiten bij de interesses of sterktes van de UHB leerling.

 

 

Tekort aan zorg

 

Er is een immens tekort aan zorg voor UHB kinderen op school. Ook zij hebben coaching en extra begeleiding nodig. Kennis over UHB is echter zo goed als onbestaande op scholen en dus blijft de juiste begeleiding achterwege.

Dit maakt dat ouders van UHB kinderen er zo goed als alleen voor staan, zich moeten beroepen op duur betaalde psychologische hulp of buitenschoolse trajecten of zelf moeten inspringen om voor, tussen en na de schooluren voor voldoende cognitieve uitdaging te zorgen. Sommige ouders gaan minder werken, blijven thuis om hun kind in huisonderwijs te nemen, of geraken bedolven onder de stress en de intensiteit die het begeleiden van een UHB kind met zich mee brengt.

 

 

Geen financiële tegemoetkomingen

 

Er bestaan geen financiële tegemoetkomingen voor ouders van (U)HB kinderen. Net als ouders van kinderen met leerproblemen of andere diagnoses ervaren ouders even vaak moeilijkheden als het over de begeleiding van cognitief begaafde kinderen gaat. Niet alleen is het vinden van de juiste begeleiding een echt huzarenstukje, tegelijkertijd is het ook uitermate duur.

  • Testing (waaronder IQ testen) loopt vaak al snel over de €1000, zeker wanneer dit gebeurt via grote expertisecentra. En dit per kind. Deze testing valt niet onder enige 'ziekteverzekering'.
  • Begeleiding door hoogbegaafdheidsexperts wordt niet terugbetaald.
  • Uitdagende cursussen of buitenschoolse activiteiten zijn te betalen uit eigen zak.
  • Ouders moeten zich richten tot privébegeleiding omdat standaardactiviteiten (muziekschool, groep-schaaklessen, programmeercursussen, enzovoort) vaak te traag of te saai zijn voor deze kinderen. Privéles is vaak de beste optie, maar niet altijd betaalbaar.

Ouders die hun UHB kinderen in huisonderwijs nemen - vaak omdat hun kind niet langer terecht kan in het reguliere onderwijs - hebben helemaal nergens nog recht op. Elke uitgave is voor eigen rekening. Dat terwijl standaard lesmateriaal vaak niet voldoende is en er dus gespecialiseerd of buitenlands materiaal moet aangekocht worden of er beroep moet gedaan worden op privébegeleiding. Bovendien is er veel meer materiaal nodig om tegemoet te komen aan de noden van een UHB kind. Deze kinderen gaan sneller door lesmateriaal en komen bijvoorbeeld maar een week toe met verrijkingsmateriaal waar andere kinderen een trimester mee zoet zijn.

 

 

Conclusie

 

Anno 2021 zijn  er nog altijd een aantal kenlpunten die passend onderwijs voor uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen in de weg staan. Deze knelpunten weerhouden UHB leerlingen om hun talent ten volle te ontwikkelen en te leren volgens hun inherente tempo en hun eigen noden.

Onderwijsaanpassingen voor uitzonderlijk begaafde kinderen zijn daarom een absolute noodzaak. Om er voor te zorgen dat deze getalenteerde kinderen een passende opleiding krijgen en een bloeiende toekomst tegemoet kunnen, is maatwerk nodig. Belangrijk is dat scholen hiervoor inspanningen doen en deze aanpassingen als een recht toepassen, niet als een gunst onder voorwaarden.

Op dit moment kunnen scholen al meerdere zaken doen om uitzonderlijk begaafde kinderen beter te begeleiden in hun leerproces. We spreken dan over bijvoorbeeld bestaande mogelijkheden als individuele leertrajecten of versnelling, maar ook over minder bekende trajecten als vakversnelling, tutoring en relevante academische verrijking. We gaan hier verder op in onder de aparte blokken: