Loading...
 

Kwetsbaarheden en valkuilen bij UHB

 

Swing

 De problemen en valkuilen waar hoog- en uitzonderlijk begaafde kinderen mee te maken krijgen, zijn in se niet echt anders dan die van andere kinderen. Doordat UHB kinderen echter extreem afwijken van 'de norm' en hiervoor niet altijd kunnen rekenen op begrip of een gepaste aanpak, zijn ze echter kwetsbaarder dan anderen.

Veel voorkomende valkuilen :

  • Verveling
  • Onderpresteren
  • Faalangst
  • Perfectionisme
  • Kritische instelling
  • Extreem rechtvaardigheidsgevoel
  • Latere ontwikkeling van executieve functies
     

Verveling

Verveling is het meest voorkomend probleem bij hoogbegaafde, en zeker ook bij uitzonderlijk begaafde kinderen in het onderwijs. Volgens een recente studie van Project Talent vinden hoogbegaafde kinderen schoolwerk minder boeiend, ervaren ze minder plezier in het leren en noemen ze de leerstof vaker saai dan de ‘normaal’ begaafden. Bovendien bleek dat hoe hoger het IQ, hoe meer ze zich vervelen in de les.

Dit probleem stelt zich vooral, maar zeker niet alleen, in kleuter - en lager onderwijs.

De gevolgen hiervan zijn voor UHB kinderen niet min: ze worden ongelukkig, ontwikkelen een bepaald "coping gedrag" om met deze permanente verveling om te gaan en komen hierdoor vaak terecht in problematische situaties. Dit kan gaan om:

  • Bewustzijnsverlaging, dagdromen
  • Aandacht trekken, druk doen, clown uithangen
  • Zich terugtrekken, sociaal isoleren
  • Demotivatie, tegenzin in leren en school
  • Drop-out, schooluitval
  • Psychosomatische klachten, nagelbijten, tics, eetstoornissen
  • OCD of ADHD kenmerken, 
  • Existentiële depressies
  • Zelfmoordgedachten
  • ...

 

Onderpresteren

We spreken over onderpresteren wanneer een kind structureel minder presteert dan het op grond van zijn of haar capaciteiten zou kunnen. Op basis van de extreme capaciteiten van UHB kinderen, is de aanname dat de meesten onder hen in meerdere of mindere mate onderpresteren in ons onderwijs, niet onterecht.

Onderpresteren kan voorkomen als gevolg van andere factoren of op zichzelf. Het kan zich geleidelijk aan ontwikkelen waarbij er minder inzet vertoond wordt voor huiswerk, toetsen of projecten, maar het kan ook ineens optreden. Een kind dat eerst heel enthousiast en betrokken was met school, kan langzaam of heel erg plots al zijn interesses en motivatie verliezen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen relatief en absoluut onderpresteren.

Relatief onderpresteren:
  • Lager presteren dan het eigen potentieel maar nog steeds voldoen aan de norm
  • Vaak om niet op te vallen 
  • Aanpassingsgedrag om bij de groep te horen
  • Zou eerder voorkomen bij meisjes
Absoluut onderpresteren:
  • Lager presteren dan de norm, soms regelrechte regressie
  • Vaak het gevolg van andere factoren:
    • Klikt niet met de leerkracht
    • Last met de methode of met bottum-up leerstof
    • Perfectionisme
    • Faalangst
  • Zou eerder voorkomen bij jongens

 

Faalangst

Niet alleen zwakkeren zijn onderhevig aan faalangst, ook begaafde kinderen en jongeren kunnen er last van hebben. Iemand met faalangst is bang om fouten te maken, dingen niet goed genoeg te doen en dus te falen. In praktijk wordt over faalangst gesproken wanneer deze angst een langere tijd aanwezig is, de dagelijkse gang van zaken belemmert en de ontwikkeling van de persoon en diens omgeving in de weg staat.

Bij hoogbegaafden zijn er bepaalde factoren die het risico op faalangst vergroten of in stand kunnen houden. UHB kinderen leggen hun "interne lat" vaak extreem hoog en krijgen hierdoor al snel het gevoelen te falen. Ze voldoen niet aan hun eigen extreme eisen, maar zijn tegelijkertijd niet in staat om deze eisen realistisch te beschouwen. Bovendien kunnen zij zich door hun kritische en divergente manier van denken makkelijk voorstellen wat er allemaal mis kan gaan, op welke manier, wat anderen daarover zullen denken en wat de eventuele  consequenties hiervan zijn. Door hun emotionele intensiteit wordt dit vaak nog eens extreem uitvergroot en wordt de schrik om te falen nog groter.

Begaafde kinderen worden vaak door anderen gewaardeerd omwille hun intelligentie en komen hierdoor vast te zitten in een kader van "vaste intelligentie". Omdat initieel alles vanzelf gaat, leren ze niet omgaan met mislukkingen en leren ze niet de zin inzien van inspanning. Op het moment dat ze het moeilijker krijgen, vervallen ze makkelijker in faalangst en onderpresteren.

 

Potloodjes

Perfectionisme

Net als veel hoogbegaafden zijn UHB kinderen zeer perfectionistisch van aard. Enerzijds is dat aanleg, anderzijds hebben ze zoveel denkvermogen dat ze problemen dieper doordenken en met betere, meer perfecte oplossingen kunnen komen. 

Er is op zich niets mis met het nastreven van perfectie, zolang de verwachtingen realistisch blijven. UHB kinderen stellen vaak extreem hoge of zelfs onrealistische verwachtingen voor zichzelf en voor anderen waardoor ze als gevolg obsessief of faalangstig gedrag ontwikkelen. Ook hun zelfbeeld kan hierdoor een stevige knauw krijgen. Het kind heeft het gevoel niet te voldoen aan de verwachtingen en ontwikkelt een negatief beeld over z'n eigen kunnen en zijn.

Het is als buitenstaander niet altijd makkelijk om dit perfectionisme te herkennen of er mee om te gaan. Dit omdat het referentiepunt dat het kind hanteert niet altijd kan worden achterhaald.


Kritische instelling

UHB kinderen zijn vaak uitermate kritisch. Niet alleen naar anderen toe maar ook naar zichzelf. Deze eigenschap ligt in het verlengde van hun perfectionisme.

Deze kritische instelling wordt echter niet altijd door iedereen geapprecieerd. Klasgenootjes vinden het vaak lastig en reageren dan afwijzend op de kritische opmerkingen van een UHB kind, maar ook leerkrachten zijn er niet altijd mee opgezet. Hierdoor worden deze kinderen vaak door hun omgeving als muggenzifter of betweter afgeschilderd. Tegelijkertijd weten ze vaak iemands kleine kantjes zo scherp te stellen wat door de betrokken personen als bedreigend wordt ervaren.

Het kind zelf krijgt hierdoor het idee niet serieus genomen te worden. Het gaat op zoek naar achterliggende reden waarom zijn of haar opmerkingen niet geapprecieerd worden en legt de schuld hiervoor vaak bij zichzelf. Het gevoel 'anders' en 'niet begrepen te worden' wordt groter. Dit heeft soms nefaste gevolgen voor het zelfbeeld.

 

Extreem rechtvaardigheidsgevoel

Door bovengenoemde eigenschappen als perfectionisme en een zeer kritische instelling hebben UHB kinderen dikwijls ook een sterk en autonoom ontwikkeld moreel intern kompas. Ze ontwikkelen zeer sterke waarden en normen die hun houvast zijn en richting geven aan hun leven. Vaak vertrouwen zij dit interne kompas eerder dan de ideeën van anderen.

Omdat ze daarbij ook nog eens een rigide standpunt kunnen innemen, met weinig ruimte voor afwijkende ideeën (logica gaat voor), leidt dit geregeld tot strijd met anderen over van alles en nog wat.

Hulpverleners die niets van UHB weten, willen dit gedrag wel eens als ASS diagnosticeren.

 

Latere ontwikkeling van executieve functies

Executieve functies zijn processen die te maken hebben met planning, organisatie en beheersing. Meer nog dan intelligentie zijn ze bepalend voor succes in studies en werk en voor een vlot verloop van het dagelijks leven. Zo gaat het onder andere over:

  • Taakinitiatie
  • Richten en volhouden van aandacht
  • Emotieregulatie
  • Werkgeheugen
  • Zelfinzicht, zelfreflectie
  • Cognitieve flexibiliteit
  • Time management

Deze functies worden in verband gebracht met de prefrontale cortex. Ze zijn later in de evolutie van de mens ontstaan, komen bij kinderen ook later tot ontwikkeling en zouden bij het verouderen ook eerder aftakelen. Algemeen wordt aangenomen dat de ontwikkeling van de prefrontale cortex doorgaat tot de leeftijd van 20 à 25 jaar. 

Een hoge intelligentie impliceert niet automatisch evenredig ontwikkelde executieve functies. Voor het ontwikkelen van executieve functies is heel veel oefening nodig en juist vanwege hun hoge intelligentie worden de executieve functies bij uitzonderlijk begaafde kinderen niet zo snel aangesproken. Als dingen je vanwege je intelligentie gemakkelijk af gaan, dan hoef je namelijk ook minder lang je aandacht vast te houden of dingen uitvoerig te plannen, te organiseren of uit te werken. Door structurele didactische ondervraging, leren jonge UHB kinderen bepaalde executieve functies niet of nauwelijks te gebruiken.

Op het moment dat UHB kinderen deze executieve functies voor het eerst nodig hebben (vaak in het middelbaar of zelfs pas in latere studies), lopen zij vast op het feit dat ze deze nog niet ontwikkeld hebben.