Loading...
 

T.a.v. het Kinderrechtencommissariaat

 

Probleemstelling:

Het gebrek aan passend onderwijs voor uitzonderlijk hoogbegaafde (UHB) kinderen binnen het Vlaamse onderwijs.

Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen en jongeren krijgen anno 2019 nog steeds niet het onderwijs dat aangepast is aan hun noden en capaciteiten. Door het tekort aan passend onderwijs op scholen, worden sommigen onder hen zelfs het recht op onderwijs ontnomen.

 

Doelgroep

Uitzonderlijk hoogbegaafde (UHB) kinderen zijn kinderen die 145+ scoren op een IQ test of van wie, omwille van hun specifieke kenmerken in ‘leren’ en ‘zijn’, door specialisten vermoed wordt dat zij 145+ zouden scoren wanneer zij een voor hen geschikte test zouden afleggen.
Deze kinderen beschikken over een buitengewone snelheid in het opnemen en verwerken van complexe informatie, hebben een groot concentratievermogen en geheugen, kunnen op zeer jonge leeftijd al abstract redeneren en divergent denken en ontwikkelen zich op cognitief, mentaal, emotioneel, motorisch en sociaal vlak zeer asynchroon en dus compleet anders dan leeftijdsgenootjes.
UHB kinderen hebben hierdoor op vlak van onderwijs andere noden:

 

  • voortdurend nood aan cognitief uitdagende opdrachten, materiaal, leerstof, … 
  • nood aan leren op hun inherente tempo, dat voor bepaalde of in sommige gevallen àlle vakken véél hoger ligt dan het standaard schoolse tempo
  • nood aan versnelling binnen het schoolse systeem (zelfs meerdere jaren) en aan vakversnelling voor vakken binnen hun talent- of interessegebied
  • leren via top-down methode
  • erkenning van hun asynchrone ontwikkeling en hun verhoogd leer- en verwerkingstempo


De begeleiding van UHB kinderen verschilt nog erg van de aanpak bij hoogbegaafde kinderen. Hun noden zijn nog extremer en de noodzaak voor een individuele aanpak op vlak van onderwijs is hierdoor uitzonderlijk groot. Wanneer deze kinderen hun natuurlijk ontwikkeling niet kunnen volgen en afgeremd worden in hun van nature grote leerhonger, is de kans groot dat zij psychisch probleemgedrag ontwikkelen. Professionele literatuur en studies over uitzonderlijke hoogbegaafdheid benadrukken het belang van het volgen van hun natuurlijke ontwikkeling op alle vlakken, inclusief hun cognitieve ontwikkeling.

 

In concreto
  1. wettelijke minimumleeftijden voor examen basisonderwijs en voor inschrijving in basis- en secundaire scholen houden geen rekening met kinderen met extreme cognitieve capaciteiten en leersnelheid
     
  2. versnelling in onderwijs is te beperkt mogelijk op scholen: maximum 3 jaar in basisonderwijs en in de middelbare school zelfs wettelijk niet toegestaan zonder extern traject via de Examencommissie
     
  3. (zeer) jonge getalenteerde kinderen worden verwezen naar de Examencommissie secundair onderwijs die niet afgestemd is op kinderen
     
  4. de Examencommissie is geen vorm van onderwijs
     
  5. onderwijs van UHB kinderen gebeurt op scholen door mensen zonder kennis van UHB
     
  6. binnen de onderwijswetgeving bestaan er voor UHB kinderen en jongeren geen afdwingbare maatregelen die hen ten goede komen, waardoor deze afhankelijk zijn van de goodwill van scholen, directies en/of leerkrachten
     
  7. er is geen bekrachtiging van afgelegde vakken op hoger niveau
 
Ter verduidelijking
  1. UHB kinderen hebben op cognitief vlak een voorsprong van meerdere jaren tov leeftijdsgenootjes. Om hun natuurlijk ontwikkelingstempo te volgen, hebben zij voor bepaalde vakken of zelfs algemeen een versnelling nodig van verscheidene jaren. Binnen het huidige reguliere onderwijs is zulke versnelling niet mogelijk. UHB kinderen worden hierdoor in hun natuurlijke leren geremd, ontwikkelen als gevolg vaak psychische of emotionele problemen of krijgen te kampen met depressies en zelfs doodsgedachten. Ook schooluitval is heel vaak een gevolg van het afremmen van deze kinderen.
     
  2. UHB kinderen of jongeren die hierdoor niet langer op school terecht kunnen en uit het systeem vallen, kunnen enkel nog terecht bij de Examencommissie (EC). In dit geval is de EC geen ‘alternatief onderwijs’ of ‘traject voor cognitief begaafde jongeren’, maar de enige overgebleven optie.
     
  3. Kinderen jonger dan 9 jaar kunnen in Vlaanderen geen examen basisonderwijs afleggen of ingeschreven worden in een middelbare school. Kinderen die op die leeftijd al de volledige leerstof van een lagere school hebben afgewerkt en de einddoelen basisonderwijs hebben bereikt, worden hierdoor gedwongen te blijven hangen in een lagere school zonder effectief nog iets te leren of worden verwezen naar een Examencommissie secundair onderwijs, waar voor examens geen minimumleeftijd is vereist. De EC is echter allesbehalve afgestemd op (zeer) jonge kinderen. Deze jonge kinderen worden op een plek ver van huis ‘ondervraagd’ door totale vreemden. Geen enkel ander jong kind wordt echter op die manier getest in zijn kennis of cognitieve capaciteiten. Het is onrechtvaardig dat begaafde kinderen wel op deze manier worden getest.
     
  4. De EC wordt vaak als oplossing of alternatief aangeduid voor kinderen met een cognitieve voorsprong. Echter, de EC is geen vorm van onderwijs, maar enkel een plek om examens af te leggen en een getuigschrift of diploma te behalen.
    Wanneer kinderen niet langer op school terecht kunnen omwille van hun extreme cognitieve noden, verliezen zij blijkbaar hun recht op “onderwijs”, met name op begeleiding door leerkrachten, op peers, op aangeboden studiemethodes, op een veilige en begeleide omgeving waar ze tot leren, experimenteren, onderzoeken en studeren kunnen komen. Kortom, een kind met een extreme cognitieve voorsprong wordt door het tekort aan passend onderwijs gedwongen een weg te kiezen die hem compleet isoleert in leren en zijn. Ouders moeten vaak kiezen tussen niet passend schools onderwijs dat hun kind emotionele en cognitieve schade berokkent en passender niet-schools onderwijs dat hun kind isoleert op sociaal of ander vlak. Elke verantwoordelijkheid voor de verdere opleiding van het kind komt in dit geval bij de ouders te liggen.
     
  5. In Vlaanderen is er geen kennis over UHB terug te vinden. Het aantal specialisten op vlak van UHB is quasi onbestaande. Geen enkele school, geen enkel CLB, geen enkele koepel, geen enkele onderwijsinstantie beschikt zelfs maar over de minste kennis over de capaciteiten of de noden van deze kinderen. Toch worden deze kinderen op scholen onderwezen door leerkrachten, zonder het besef van wat deze kinderen effectief nodig hebben om op cognitief en andere vlakken te ontwikkelen . In het beste geval krijgen UHB kinderen toegang tot maatregelen die standaard voor HB kinderen worden geboden, terwijl deze maatregelen uitermate tekort komen voor UHB kinderen en vaak zelfs schade berokkenen.
     
  6. Er bestaan maatregelen voor hoogbegaafde kinderen binnen onderwijs zoals flexibele leertrajecten, differentiatie, (vak)versnelling, … Deze werden opgenomen in het ‘Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ (2014). Geen van deze maatregelen kunnen echter door UHB kinderen of hun ouders bedwongen worden. De begeleiding, uitdaging en cognitieve ontwikkeling van UHB kinderen is hierdoor compleet afhankelijk van de goodwill van scholen, van directies of heel vaak van individuele leerkrachten. Hierdoor is het quasi onmogelijk voor ouders om hun UHB kinderen op de ‘juiste plek’ te krijgen. Deze complete willekeur is schadelijk voor de ontwikkeling van deze kinderen.
     
  7. Kinderen die excelleren op bepaalde vakken en hiervoor versneld leerstof doorlopen (en hiermee hun natuurlijke leertempo volgen), kunnen hiervoor geen wettelijke examens afleggen of studiebekrachtiging bekomen. Scholen zijn niet verplicht om vrijstellingen te geven voor vakken die bijvoorbeeld al via een EC werden afgelegd. Ook op dat vlak heerst er complete willekeur.
     
Kinderrechten

Het gebrek aan passend onderwijs voor uitzonderlijk begaafde kinderen, is naar onze mening strijdig met de rechten van deze kinderen: "recht op onderwijs", "recht op zorg". Deze rechten staan vermeld in het “Verdrag inzake de Rechten van het Kind” van de Verenigde Naties (1989):

Artikel 2 1.
“De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in het Verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun rechtsbevoegdheid zonder discriminatie van welke aard ook, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, handicap, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn of haar ouder of wettige voogd.“

Artikel 28 1.
“De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, verbinden zij zich er met name toe:

b) de ontwikkeling van verschillende vormen van voortgezet onderwijs aan te moedigen, met inbegrip van algemeen onderwijs en beroepsonderwijs, deze vormen voor ieder kind beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken, en passende maatregelen te nemen zoals de invoering van gratis onderwijs en het bieden van financiële bijstand indien noodzakelijk;

c) met behulp van alle passende middelen hoger onderwijs toegankelijk te maken voor een ieder naar gelang zijn capaciteiten;

e) maatregelen te nemen om regelmatig schoolbezoek te bevorderen en het aantal kinderen dat de school vroegtijdig verlaat, te verminderen. “


Artikel 29 1.
“De Staten die partij zijn, komen overeen dat het onderwijs aan het kind dient gericht te zijn op:
a) de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind;
…”

 
Conclusie

De onderwijswetgeving in Vlaanderen belemmert cognitief getalenteerde kinderen in hun ontwikkeling. Aangepast onderwijs op dit niveau is onbestaande.

Kinderen, die binnen de minderheid van hoogbegaafde kinderen nog eens een absolute minderheid vormen, zijn de dupe van maatregelen, wetten en decreten binnen onderwijs die niet op hen afgestemd zijn. Door het gebrek aan kennis over uitzonderlijke hoogbegaafdheid lopen deze kinderen vaak vast of vallen uit het schoolsysteem, waardoor zij zelfs hun kans op onderwijs verliezen.

Mochten kinderen met een standaard ontwikkeling op een niveau even ver onder hun natuurlijke ontwikkelingsniveau onderwezen worden als dat vandaag de dag met UHB kinderen gebeurt, dan zou dat door niemand geaccepteerd worden. Met kinderen die ver boven het gemiddelde niveau functioneren, gebeurt dit dag in, dag uit, van jongs af en zo lang de leerplicht op hen van toepassing is.

 

Ook UHB kinderen hebben recht op passend onderwijs !

 


Onze vraag

 

  • afschaffing van minimumleeftijden of apart statuut voor UHB kinderen met mogelijkheid tot snellere doorstroming
  • ongelimiteerde mogelijkheid tot versnelling en vakversnelling
  • opleiding van onderwijzers, zorgkrachten en CLB’s op vlak van UHB of vrije toegang tot coachen met kennis van UHB
  • afdwingbare maatregelen op scholen qua versnelling, vakversnelling, flexibele leertrajecten, …zoals voorzien in het ‘Decreet betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’ van 2014
  • uitdaging binnen onderwijs van jongs af, specifiek gericht op UHB
  • bekrachtiging van afgelegde vakken op alle hogere onderwijsniveaus